| Bonsai technieken
Vertaling van Japanese termen naar Nederlands
|
|
Aka tsuchi = rode potgrond Aka = rood Akadama = rode klei Akebono = dageraad Akegarasu = de kraaien bij dageraad Ao shidare = groene cascade Ao = groen Aoba = groene bladeren Aocha = groene bast Aoyagi = groene wilg Arakawa = ruwe bast Arakida tsuchi = grond onder de rijstvelden Asahi = zonsopkomst Asahi zuru = zwaan van de ochtend, esdoorn van de opkomende zon Azuma murasaki = het paarse van het oosten Bankan = gedraaid Beni kagami = rode spiegel Beni = rood Beni komachi = een mooi roodharig meisje Beni maiko = een rood / dansend meisje Beni shichihenge = rood en mooi Beni shidare = rode cascade Bunjin (Bunjingi)= literati Chirimen nishiki = gekleurd papier Chirimen = Japans crepe papier Chiu bonsai = 30 - 60 cm Chokkan = rechtopgaand Dai bonsai = 60 - 100+ cm Daiki = wortel Eda zashi = snoeien van takken Fu = puntjes, vlekjes, of tekening op een blad met anders gekleurde achtergrond (Meer informatie over Fu aan het eind van de lijst) Fukinagashi = wind gestriemd Fuku = afscherming Furi = verspreid Fushina's tuin Fuyodo = blad- / bos grond Gasane = het een op het ander stapelen Gasumi or Kasumi = mist / wazigheid Gobo ne = penwortel Gohon yose = 5 bomen Gokan = 5 stammen Goma = sesamzaad Goro tsuchi = grove grond Goshiki = meerkleurig Ha zashi = bladsnoei techniek Hagaromo = kleren van een Japanse engel Haki Homi = in geborsteld Hamizu = de bladeren besproeien Han kengai = half / semi-cascade Hanazono nishiki = bloementuin Hariganekate = bedrading Harusame = voorjaarsregen Hige ne = fijn vertakte wortels Hime = dwerg, prinses Hokidachi = bezem Honbachi = echte bonsai pot (schaal) Hoshi = ster of starren Hoso = slank Ikada buki = vlot Inaba shidare = blad van een rijstplant Inazuma = donder Ishitsuki = rots omklemmend Ito = fijne draden of draad Iwato = rots Jin = dode gedeelte van een plant Kabudachi = meerdere stammen Kaede = term voor esdoorns, vaak gebruikt voor buitenlandse soorten Kaede = van Kaerude Kaerude = (Kaeru = kikker, de = hand) Kagami = spiegel Kagero = zeer fijn Kaku = toren Kakure = schaduw of bescherming Kamagata = falcate Kanuma tsuchi = licht, zanderige klei Kara = oud Chinees Karaori nishiki = soort brokaat gebruikt voor dans kostuums Kengai = cascade Keto tsuchi = turf Kin = goud Kinran = geweven met gouden draad Kinshi = met gouden draden Kiri = gesneden Kocho nishiki = meerkleurige vlinder Kocho no mai = dansende vlinder Komachi = mooi meisje, dwerg Kotate mochi = 15 - 30 cm Koto no ito = snaar van harp Koto ito komachi = oude harp snaar, mooi klein meisje Kotohime = oude harp Kujaku = pauw Kumo no su = spinnenweb Kuro tsuchi = zwarte potgrond Kuropoka = lichte, donkere potgrond Kuru jishi = gekke leeuw, denkbeeldig Kuzure = onregelmatig Kyo = oude hoofstad, Kyoto stad, prachtige kleren, meerkleurige bladeren Kyohime = sprookjes prinses Kyohon yose = 9 bomen Kyukan = 9 stammen Mai = dansend Mama = doen waar men zin in heeft, willekeurig Mame = 7,5 - 15 cm Maruba = ronde bladeren Masu = houten beker om sake te drinken Mejishi = mythische leeuwin Misho = zaden zaaien Miyama = afgelegen hoge berg Miyasama kaede = prinsen esdoorn, een plant van deze soort groeide in Prins Fushina's tuin Momiji = indicatie van soorten en cultivars van esdoorn Moyogi = informeel rechtopgaand Mure hibari = een zwerm leeuweriken Nanahon yose = 7 bomen Nanakan = 7 stammen Ne tsuranari = verbonden wortels Ne zashi = wortel snoei Nebari = blootgelegde en gezwollen wortels Negari (Neagari) = blootgelegde wortels Nejikan = gedraaid Nishiki = meerkleurig, fijntjes Nishiki or Nishiki sho = ruwe bast, zoals een den (botanisch) No = van Normura = mooi Nuresagi = reiger O kagami = spiegel O jishi = mythische leeuw Ogon sarasa = goud calico stof Oridono nishiki = puntjes goud Rin = ring , circel Ryu = draak Ryuzu = drakenkop versiering Sabamiki = zie Sharimiki Saikei = landschap in schaal Saku = hek Samidare = voorjaars regen Samon yose = 3 bomen Sango = koraal Sangokaku = koraal toren Sankan = 3 stammen Saotome = rijst plantend meisje Sarasa = soort stof met mooie figuren Sashi ho = zaailing Sashiki = het planten van een zaailing Sazanami = kleine bron Sei = groen Seiryu = blauwe draak Seishi = vorming Sekijoju = wortel over rots Sekka = dwerg (van heksenbezem) Sentai = vormsnoei Shakan = hellend Shari = variatie op jin Sharimiki = dood hout Shidare = cascade, hangend Shigarami = paal waaraan boten meren Shigitatsu sawa = bij een moeras waar snippen leven Shigure bato = late herfst regen Shigure zono = gekleurde regen Shigure = zachte miezer buitje Shime no uchi = op nieuwjaarsdag Shime = een versiering die wordt gebruikt op nieuwjaarsdag Shimo = vorst Shin = nieuw Shin = diep Shinme zashi = jonge scheuten snoeien Shinonome = dageraad Shira = wit Shishigashira = leeuwenkop of leeuwennaam (mythische leeuw) Shito = 0 - 7,5 cm Shojo of Syojo = aap met rood gezicht, gewoonlijk fiktief in een Japanes drama of jong meisje Soju = dubbelstam Sokan = 2 stammen Suiban = platte schaal Sunago = zand Takozukuri = octopus Tama = bal of sierraad Tamshime = juweel of princes Tana = schappen, lagen Tanabata = Festival van de sterren (7 July) Tankan = 1 stam Tekishin = snoeien van jonge takken Ten nyo = engel Ten tsugi = enten op onderstam Tenjingawa suna = grof rivierzand Toriki = marcotteren Toyama = naam van een plaats Tsuchi = aarde Tsuchigumo = spin op de grond Tsugiki = enten Tsukubane = bergrug van Tsukubo Tsuma = spijker Tsuma beni = rode spijker Ubu = naïve of maagdelijk Uchi = binnenin Ukigumo = drijvende wolken Utsusemi = huid van een sprinkhaan Wabito = kluizenaar Waka momiji = rode tak Washi no o = staart van een adelaar Yagi = koraal soort Yama = berg Yamadori = geschikte planten verzamelen uit de natuur Yatsubusa = compact, dwerg Yezo nishiki = Yezo, noordelijk eiland van Japan Yose-ue = groep Yose-ue = meer dan 9 bomen Yu = avond Yubae = avondgloed Yugure = schemer Yuki = sneeuw
Speciale informatie over Fu: |
Copyright © 1997-2003, Brian Smith