- Begin altijd onder aan de boom met bedraden. (afb. 1)
- Bedraad het liefst altijd twee takken met één draad. Dit komt de stevigheid van het bedraden ten goede. (afb. 2)
- Zorg er voor dat de draad netjes aansluit op de takken. Geen openingen laten.(afb. 3)
- Draden mogen elkaar niet kruisen. Dit ter voorkoming van ingroeien.
- Hoe dunner de takken, des te dunner het draad. Ervaring zal leren welke draaddikte te gebruiken. Zelf gebruik ik voor de kleinste takjes 1 mm koperkleurig aluminium draad, voor de andere takken gebruik ik zelf uitgegloeid koperdraad van 1,5 en 2,5 mm. Bij doe het zelf zaken te verkrijgen. (strippen en uitgloeien boven gasvlam).
Voor de dikste takken heb ik een rol 5 mm koperkleurig aluminiumdraad aangeschaft. Met deze vier maten draad heb ik tot nu toe alle bomen die ik onder handen heb genomen bedraad.
- In de winter bedraden heeft als voordeel dat je de takkenstructuur goed kunt herkennen en bovendien dat je geen last hebt van de bladeren. Nadeel is dat de knoppen erg kwetsbaar zijn. Voor loofbomen geldt dan ook dat je het beste kunt bedraden in het voorjaar vlak nadat de knoppen zijn uitgelopen.
- Controleer takken
die bedraad zijn zéér regelmatig. Vanaf het voorjaar tot in de herfst kan plotselinge diktegroei van de takken, de draden lelijke ingroeiingen doen veroorzaken.
- Verwijder het draad zodra er sprake is van ingroei. Eventueel kun je daarna opnieuw bedraden.
- Knip liever de draad in stukjes dan hem in zijn geheel af te wikkelen. Zo voorkom je overbodige schade aan de bast.
- Als je bomen met een erg gevoelige bast wilt bedraden, dan kun je eerst de takken met rafia omwikkelen om vervolgens pas te bedraden. Ook dit vookomt schade aan de bast. Sommige bomen, o.a. de Ginko Biloba, kun je maar beter helemaal niet bedraden.
- Wees voorzichtig met het buigen van de takken. Vooral in de oksels van de takken kan gemakkelijk een scheur ontstaan.
|